Ben je klaar met alle dekens, handtassen en soortgelijke projecten? Dan is het tijd om amigurumi te maken! Vandaag deel ik 10 haaktips voor amigurumi. Want er is niets zo lastig — geloof me — als het haken van de perfecte amigurumi. Dus blijf lezen, hier gaan we!

Als je je afvraagt: “Wat is amigurumi?”, dan leg ik het je even uit. Het woord amigurumi komt uit Japan en betekent:

Amigurumi is de Japanse kunst van het breien of haken van kleine gevulde garenfiguren. Het woord is een combinatie van de Japanse woorden ami, wat “gehaakt of gebreid” betekent, en kurumi, wat letterlijk “ingepakt” betekent, zoals in nuigurumi (“genaaide knuffelpop”).

Dus: ami + nuigurumi = amigurumi; een gevulde pop (of dier). Amigurumi is helemaal trendy op dit moment — iedereen maakt ze. Een andere leuke Japanse stijl is kawaii. Kawaii verwijst naar alledaagse objecten die schattig zijn gemaakt, zoals een plant met ogen of een mandje met een glimlach. Een melkpak met een grappig gezicht en ga zo maar door. Daar schrijf ik later nog een blog over. Vandaag deel ik haaktips voor amigurumi.

Tip 1: Garen en haaknaalden

Voor het maken van amigurumi kun je elk type garen en haaknaald gebruiken. De meest gebruikte garens zijn katoengaren met kleine haaknaalden, zoals Hobbii Rainbow Cotton 8/4 met een haaknaald van maximaal 2,5 mm. De meeste amigurumi worden gehaakt met 2 mm of zelfs kleiner. Ik gebruik naalden van 2 mm tot 2,5 mm, afhankelijk van het formaat dat ik wil maken. Hoe kleiner de naald, hoe strakker en kleiner het eindresultaat.

Tip 2: Yarn over of yarn under?

Amigurumi staan bekend om hun compacte vorm en strakke details. De meeste ontwerpers gebruiken de yarn under techniek. Waarom? Het is compacter en de vulling komt niet door de steken heen. De steken sluiten strakker aan, wat ideaal is voor knuffels en speelgoed. Het geeft ook een mooier “x-patroon” in elke steek.

Daarnaast maakt yarn under het werk iets kleiner en lichter. Ik heb ooit hetzelfde popje twee keer gemaakt: één keer met yarn under en één keer met yarn over. Het tweede popje was 5 cm groter — zelfde patroon, zelfde haaknaald, zelfde garen, alleen de techniek was anders.

Tip 3: Veiligheidsogen of borduren?

Afhankelijk van wat je maakt — en of je het wilt verkopen — is dit belangrijk om over na te denken. Voor speelgoed voor kinderen onder de 3 jaar raad ik aan om ogen te borduren. Veiligheidsogen zijn op zich veilig, maar het hangt af van de bevestiging. Als je het helemaal zeker wilt weten, borduur de ogen of haak ze erop. Veiligheid staat altijd voorop.

Tip 4: Ander garen = ander resultaat

Heb je een item gemaakt? Probeer het daarna nog eens met ander garen en een andere haaknaald. Je zult versteld staan van het verschil. Maak bijvoorbeeld een katoenen bijtje en daarna een grotere versie met velvet garen en een 5 mm haaknaald. Zelfde patroon, ander resultaat. Dat maakt amigurumi zo leuk: één patroon geeft eindeloos veel mogelijkheden.

Tip 5: Niet te strak vullen

Vul je werk niet te hard op. Anders zie je de vulling door de steken heen. Je wilt het werk stevig vullen, maar niet overdrijven. Stop met vullen wanneer je geen gaten meer kunt indrukken en de vorm mooi blijft staan. Dan zit het goed.

Tip 6: De perfecte “bal”

Heb je ooit gemerkt dat je geen perfecte ronde vorm krijgt als je steeds op dezelfde plek meerdert? Dan krijg je een soort strandbal met zichtbare lijnen. Om dat te voorkomen moet je de plaats van je meerderingen variëren.

Begin met een magic ring en meer tot ronde 4. In plaats van steeds op dezelfde plek te meerderen, wissel je de volgorde af. Bijvoorbeeld: 1 vaste, 1 meerderen, 2 vasten, 1 meerderen en zo verder.

Doe hetzelfde bij minderen. Door de positie te verschuiven, voorkom je zichtbare lijnen in je werk.

Tip 7: Onzichtbare minderingen

De gewone mindering kan gaatjes veroorzaken als je te strak trekt. Gebruik daarom alleen de voorste lus bij een mindering. De achterste lus bedekt het gat, waardoor de mindering veel netter wordt. Zo blijft je werk strak en mooi.

Tip 8: Geen armen en benen naaien

Ik haat het om onderdelen aan elkaar te naaien, eerlijk gezegd. Dus wat kun je doen? Haak de armen direct mee tijdens het werken aan het lichaam. Geen naaiwerk nodig. Voor haar kun je een haarkap maken en de lokken in de open steken bevestigen. Voor benen kun je het tweede been aan het eerste vastmaken met lossen. Zo vermijd je allemaal naaiwerk. Scheelt tijd en frustratie.

Tip 9: Eindjes meteen wegwerken

Je kunt draadjes meteen meenemen tijdens het haken. Terwijl je steken maakt, leg je het draadje mee in het werk. Na een paar steken knip je het af en klaar. Vooral handig bij platte projecten. Niemand houdt van eindjes wegwerken.

Tip 10: Meten, meten, meten

Werk je aan kleding of accessoires voor een pop? Meet tussendoor! Anders kan het gebeuren dat iets niet past. Gebruik eventueel een iets grotere haaknaald voor kledingstukken zodat alles goed aansluit. Vooral bij mouwen, broeken en jasjes is dat belangrijk.

Hopelijk helpen deze tips je om nog leukere amigurumi te maken. Heb je een goede start nodig? Dan zijn de Doll Value Packages misschien iets voor jou. Heb je vragen? Laat het gerust weten. Ik help je graag! :)